Hoortoestel

»|Product omschrijving
 
 Het cosmetisch aantrekkelijke hoortoestel

De laatste jaren is er veel energie gestoken in het cosmetisch aantrekkelijker maken van hoortoestellen. Dat is nogal eens ten koste gegaan van de regelmogelijkheden, vooral in in-het-oor hoortoestellen. Soms werd ter wille van de acceptatie een audiologisch niet-optimale keuze gemaakt. Gelukkig zijn cosmetische aspecten en regelmogelijkheden steeds minder elkaars concurrenten. Toch zullen zwaarder slechthorenden zich letterlijk achter het oor moeten krabbelen als zij ondanks hun grote gehoorverlies persé een 'in-het-oor' hoortoestel wensen. Dit zal dikwijls leiden tot een niet optimale aanpassing. Iets dergelijks geldt voor slechthorenden met een symmetrisch gehoorverlies, die geen twee hoortoestellen willen dragen. Vaak worden de beste resultaten behaald met twee hoortoestellen, omdat zo de balans tussen de oren in stand blijft. Het zou werkelijk erg jammer zijn als een mogelijkheid tot een tweezijdige aanpassing ter wille van de cosmetische aspecten terzijde moet worden gezet. Het positieve effect van het aanpassen van twee hoortoestellen kan bijvoorbeeld voor het spraakverstaan in lawaai groter zijn dan wat met alle digitale technieken kan worden bereikt. Om over de effecten van het richtinghoren nog maar te zwijgen.

Het programmeerbare hoortoestel

Veel moderne hoortoestellen heten programmeerbaar of zelfs digitaal programmeerbaar. Dit is een technische eigenschap waarvan de slechthorende niet veel van merkt. Het maakt in principe niet veel verschil of de instelling wordt gerealiseerd met een "ouderwetse" schroevendraaier of met een snoertje vanuit een computer. En een digitaal programmeerbaar hoortoestel is meestal geen echt digitaal hoortoestel (zie apart hoofdstuk in het vervolg). Wel zijn de met de computer instelbare hoortoestellen dikwijls flexibeler instelbaar en dit kan de slechthorende ten goede komen, zeker als zijn gehoor na verloop van tijd achteruit gaat. Het programmeerbare hoortoestel kan dan vaak beter worden bijgeregeld.

Het meer-programma hoortoestel

De belangrijkste toepassing van programmeerbaarheid is echter het hoortoestel waarbij de gebruiker zelf de beschikking krijgt over twee, drie of zelfs vier programma's. Nu kan per luistersituatie een instelling worden gekozen, die voor die specifieke omstandigheid het beste is. Een nadeel kan zijn dat de slechthorende "schakelend" door het leven moet. Soms kan dit met een schakelaartje op het hoortoestel, vaak echter is hiervoor een aparte afstandbediening nodig. En dat bevalt lang niet iedereen. Hoeveel mensen zijn niet regelmatig hun afstandbediening voor de TV kwijt. Toch kan een meer-programma hoortoestel voor actieve slechthorenden die in veel verschillende luistersituaties verkeren een uitkomst zijn.

Het automatisch werkende hoortoestel

Andere slechthorenden regelen zelf graag zo min mogelijk aan hun hoortoestel. 's Ochtends doen zij het in en 's avonds weer uit. Bij bepaalde verliezen kan dit echter problemen geven door de grote verschillen tussen harde en zachte geluiden die er in het dagelijks leven optreden. Automatische hoortoestellen helpen om die contrasten af te zwakken, omdat zij de relatief zwakke geluiden meer versterken dan de relatief sterke geluiden. Idealiter maakt dit zelfs het gebruik van een volumewiel overbodig. Dit ideaal wordt niet voor iedereen gehaald, maar er is een aantal slechthorenden, die het heerlijk vindt niet meer over de instelling van hun hoortoestel te hoeven nadenken. Anderen vinden het een vervelend idee dat zij de geluidssterkte niet meer zelf kunnen regelen. Zij ervaren een automatisch werkend hoortoestel soms als onrustig omdat zij kunnen horen dat het hoortoestel automatisch de versterking varieert. Ook voor slechthorenden met een wisselend gehoor zijn automatisch werkende hoortoestellen vaak onplezierig, omdat het hoortoestel zich niet automatisch aanpast aan de wisselingen van het gehoor.

Het meer-kanaals hoortoestel

Vele slechthorenden denken dat hun gehoorverlies volledig kan worden gecompenseerd als wij de beschikking zouden hebben over een 'equalizer', een elektronisch apparaat uit de audio industrie, waarmee per toonhoogte de versterking nauwkeurig kan worden ingesteld. Dit is een misvatting. Ten eerste gaat het niet alleen om versterken (i.v.m. de detectie) maar juist om het verhogen van de selectiviteit van het gehoor (i.v.m. de discriminatie). Ten tweede is die 'equalizer' in principe al aanwezig in de zogenaamde meer-kanaals hoortoestellen. Het geluid wordt naar toonhoogte verdeeld over twee of meer kanalen, waarbij voor ieder kanaal een aparte versterking kan worden ingesteld. Uit de ervaringen met deze toestellen blijkt inderdaad dat de 'equalizer' functie niet alle problemen oplost. Maar slechthorenden met een erg onregelmatig audiogram en/of een overgevoeligheid voor harde geluiden van een bepaalde toonhoogte kunnen hier wel vaak beter mee worden geholpen dan met de zogenaamde één-kanaals of breedbandige hoortoestellen.

Het hoortoestel met ruisonderdrukking

Bij de digitale hoortoestellen zijn er inmiddels enkele typen die actieve ruis- onderdrukking bezitten. Ogenschijnlijk is dit het ideaal waarop alle slechthorenden zo lang hebben gewacht, maar in de praktijk is het niet meer dan het begin van de schakeling waarop door iedereen wordt gehoopt. Ruisonderdrukking werkt alleen goed als het hoortoestel kan bepalen welke geluiden "spraak" en welke geluiden "lawaai" zijn. Dat betekent o.a. dat het haast onmogelijk is om een bepaalde stem te midden van andere stemmen te versterken, zoals op een receptie eigenlijk nodig is. Tenzij men hiervoor een aparte handmicrofoon gebruikt of een richtinggevoelig hoortoestel toepast (zie hieronder). Met de huidige stand van de techniek kan alleen onderscheid worden gemaakt tussen fluctuerende geluiden zoals spraak en continue geluiden zoals het lawaai van een auto- of vliegtuigmotor. In de situaties waarin een dergelijk continu achtergrondlawaai aanwezig is begint een hoortoestel met ruisonderdrukking na 10 tot 15 seconden te dempen. Die tijd is nodig om het lawaai-signaal te herkennen. Maar bij het dempen kan ook weer spraakinformatie verloren gaan, want wat het toestel met het ene signaal doet gebeurt noodzakelijkerwijs ook met het andere. Dat betekent dat er alleen winst ontstaat als het lawaai zich in een ander frequentiegebied bevindt dan de spraak. Gelukkig blijken er een aantal slechthorenden te zijn, die hier in bepaalde situaties voordeel van hebben. Anderen ondervinden dit voordeel niet of ervaren een op het lawaai regelend toestel als te onrustig.

Het richtinggevoelige hoortoestel

Een andere mogelijkheid om een gewenst spraaksignaal en een ongewenst stoorsignaal (spraak van anderen of lawaai) te scheiden kan worden toegepast als de verschillende geluiden uit verschillende hoeken komen. Bij toepassing van een richtinggevoelige microfoon wordt de spreker die men in de regel aankijkt meer versterkt dan het geluid van de zijkanten of van achteren. De richtinggevoeligheid is in sommige toestellen aanzienlijk verbeterd doordat men gebruik maakt van meer dan één microfoon. Daardoor wordt het verschil duidelijk waar te nemen, tenminste zolang de afstand tot de spreker klein is. Op grotere afstand zorgen de reflecties in de ruimte voor het verdwijnen van het positieve effect. Voor de zogenaamde 'cocktail-party' situatie is dit eigenlijk de enige techniek, die werkelijk helpt. Toch zijn er ook nadelen aan een toestel met (sterke) richtinggevoeligheid verbonden: bepaalde geluiden moeten goed worden gehoord, ook als ze van achteren komen. Dit geldt natuurlijk vooral voor waarschuwingsgeluiden en voor geluiden in het verkeer. Maar er zijn meer situaties waarin de richtinggevoeligheid hinderlijk blijkt, bijvoorbeeld bij een gesprek van twee personen, wandelend over de hei. De richtinggevoeligheid moet dan ook kunnen worden uitgeschakeld, bijvoorbeeld d.m.v. een meer-programma hoortoestel (zie boven). En het is voor de veiligheid op straat belangrijk dat dit in het verkeer ook werkelijk gebeurt (!).

Het hoortoestel met fluitonderdrukking

Om het hinderlijk fluiten of rondzingen te voorkomen wordt menig hoortoestel zachter gezet dan de gebruiker eigenlijk zou willen. Ook hebben veel slechthorenden uiteindelijk toch een 'achter-het-oor' hoortoestel gekozen omdat er bij de kleinere en cosmetisch vaak fraaiere 'in-het-oor' hoortoestellen fluitproblemen waren. Langzaam maar zeker komen er mogelijkheden op de markt, waarmee het fluitprobleem op een verantwoorde manier kan worden bestreden. Op een verantwoorde manier, want de tot nu toe vaak gebruikte methode om het hoortoestel dan maar zachter te zetten of de versterking voor de hoge frequenties drastisch te verlagen helpt wel tegen het fluiten, maar is niet bevorderlijk voor het verstaan met het hoortoestel. Een goede ontwikkeling dus voor slechthorenden die de fluitproblemen kennen, bijvoorbeeld bij het telefoneren. Dit betekent echter niet dat iedereen nu een 'in-het-oor' hoortoestel kan krijgen of dat de pasvorm van het maatoorstukje of het op maat gemaakte schaaltje er niet meer toe doet. Evenals vroeger is een vakkundig gemaakt en goed passend oorstukje de absoluut noodzakelijke basis voor alles wat een hoortoestel kan gaan presteren.

Het digitale hoortoestel

Het digitale hoortoestel is eigenlijk niet meer dan een technische mogelijkheid om één of meer van de bovenstaande functies te realiseren. In principe is de digitale techniek niet altijd nodig, maar met behulp van digitale technieken is het wel eenvoudiger en kunnen er dikwijls enkele van bovenstaande functies worden gecombineerd. En dat is belangrijker dan het digitaal zijn op zich. De digitale techniek is dus geen doel, maar het is een middel. Indien men met digitale technieken een analoog hoortoestel nabouwt zal het verschil in klankkwaliteit voor de meeste slechthorenden niet of nauwelijks waarneembaar zijn. Het gaat dan ook niet primair om geluid van 'CD-kwaliteit', maar om een combinatie van functies. Daarvoor moet in de meeste gevallen wel fors worden betaald, want de digitale hoortoestellen zijn (nog?) aanzienlijk duurder dan conventionele (analoge) hoortoestellen. Door de opbouw van de vergoeding door ziekenfonds of zorgverzekeraar komen de meerkosten grotendeels of zelfs geheel voor rekening van de gebruiker.

 

 

»|Leveranciers
 
Informatie is te verkrijgen bij hoorwinkels of audiciens
 

»|Prijs
 
Informatie is te verkrijgen bij hoorwinkels of audiciens
 
»|Product foto(s)
 




 

<< terug


Door: Anne Heijthuijsen, Petra Mulleners, Patricia Onstein, Thea Swinkels

Voor eventuele typefouten in teksten en prijzen kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden.